Bewaarpotentieel geeft een inschatting van de periode waarin een wijn zich tijdens het bewaren gunstig kan ontwikkelen. Geur, smaak en mondgevoel veranderen in die tijd. Fruitige aroma’s maken bijvoorbeeld plaats voor geuren van gedroogd fruit, leer of bosgrond. Een rode wijn kan minder stroef gaan aanvoelen.
Bewaarpotentieel is iets anders dan houdbaarheid. Een wijn die nog goed drinkbaar is, hoeft zich tijdens het bewaren niet verder te verbeteren.
Onder welke omstandigheden bewaar je wijn?
Bewaar wijn op een donkere plek met een lage, zo constant mogelijke temperatuur. Vermijd vooral warmte en grote, snelle temperatuurschommelingen. Een plek naast de verwarming of onder een dak dat ’s zomers heet wordt, is ongeschikt.
Flessen met een natuurkurk worden doorgaans liggend bewaard. Bij een schroefdop is dat niet nodig. Let ook op de luchtvochtigheid: een erg droge ruimte is ongunstig voor natuurkurken; een erg vochtige ruimte kan schimmel op etiketten en verpakkingen veroorzaken. Houd de opslagruimte schoon en controleer op lekkage en schimmel. Schimmel op een etiket betekent overigens niet automatisch dat de wijn bedorven is.
Welke fles open je eerst?
De aankoopdatum bepaalt niet welke wijn als eerste aan de beurt is. Een jonge wijn voor direct gebruik open je eerder dan een bewaarwijn die nog tijd nodig heeft.
Een kelderdagboek helpt om overzicht te houden. Noteer de producent, wijn, jaargang, aankoopdatum, het aantal flessen en de geadviseerde drinkperiode. Voeg na het openen je eigen indruk toe. Heb je meerdere flessen, proef er dan af en toe een. Zo merk je hoe de wijn zich ontwikkelt en of je de overige flessen langer wilt bewaren.
Meer over een geschikte bewaarplek, temperatuur en luchtvochtigheid lees je in Hoe wijn bewaren? De complete gids voor thuis.
« Terug naar begrippen