Snoeiwijzen en leivormen van de wijnstok

Een snoeiwijze bepaalt welk vruchthout na de winter blijft staan; een leivorm bepaalt de ruimtelijke opbouw van stam, armen, scheuten en loofwand.

Die begrippen lopen in wijnteksten vaak door elkaar. Dit naslagwerk behandelt ze daarom naast elkaar. Elk systeem heeft een eigen anker. De Druivenatlas, artikelen en begrippenpagina’s kunnen daardoor rechtstreeks naar de juiste uitleg linken.

Bij korte snoei blijven vooral korte sporen met één tot drie knoppen staan. Bij lange snoei blijft één of meer langere stukken eenjarig vruchthout staan. De leivorm beschrijft vervolgens de plaatsing van de vaste delen en nieuwe scheuten. Een geleidingssysteem omvat ook palen, draden en andere steunconstructies. VSP is daarvan een voorbeeld.

Guyot simple

Guyot simple gebruikt één lange vruchtruit en een korte vervangingsspoor.

De wijnbouwer bindt de vruchtruit horizontaal aan een draad. De vervangingsspoor levert het hout waaruit hij na de volgende winter een nieuwe vruchtruit kiest. Het systeem geeft veel controle over het aantal knoppen en daarmee over de potentiële opbrengst.

Schema van Guyot simple met één lange vruchtruit, vervangingsspoor, stam en draagdraad

Guyot double

Bij Guyot double lopen twee lange vruchtruiten vanaf de stam in tegengestelde richting.

Het principe is hetzelfde als bij Guyot simple. De verdeling over twee zijden maakt een gelijkmatige spreiding van scheuten en trossen mogelijk.

Schema van Guyot double met twee lange vruchtruiten, vervangingssporen, stam en draagdraad

Cordon de Royat

Cordon de Royat bestaat uit een permanente horizontale arm met korte sporen die de wijnbouwer ieder jaar terugknipt.

De stam loopt omhoog tot de draagdraad en gaat daar over in één of twee blijvende armen. Op die armen staan korte coursons met doorgaans twee knoppen.

Schema van Cordon de Royat met permanente horizontale cordon, korte sporen en groene scheuten

Gobelet of bush vine

Gobelet is een lage, vrijstaande bekervorm met meerdere permanente armen en korte sporen.

De wijnstok heeft doorgaans geen doorlopend draadwerk nodig. De vorm komt veel voor in droge, zonnige en winderige gebieden en is klassiek in onder meer de Beaujolais en mediterrane wijnstreken.

Schema van gobelet of bush vine met korte stam, permanente armen en korte sporen

Éventail

Éventail spreidt meerdere armen waaiervormig uit in het vlak van de rij.

De vorm ligt tussen een vrijstaande gobelet en een langs draden geleide wijnstok. De armen dragen doorgaans korte sporen. Daardoor blijft de structuur vlak en overzichtelijk.

Schema van éventail met waaiervormige armen, korte sporen en geleidingsdraden

VSP

Vertical Shoot Positioning leidt de nieuwe scheuten verticaal omhoog tussen vangdraden.

Wijnbouwers combineren VSP met verschillende snoeimethoden, waaronder Guyot en cordon de Royat. Het systeem geeft een smalle, verticale loofwand.

Schema van Vertical Shoot Positioning met verticale scheuten tussen vangdraden

Lyra

Lyra verdeelt één wijnstok over twee naar buiten gerichte loofwanden.

Van voren ontstaat een open Y-vorm. De gesplitste loofwand vergroot het blootgestelde bladoppervlak en kan bij krachtige groei meer licht en lucht in het bladerdek brengen.

Schema van Lyra-leivorm met twee gesplitste loofwanden in open Y-vorm

Pergola

Pergola leidt stam, armen en scheuten hoog boven de grond over een verhoogd raamwerk.

De loofwand kan horizontaal of schuin zijn. De trossen hangen eronder. Regionale varianten komen onder meer voor in Noord-Italië en in Rías Baixas.

Schema van pergola met verhoogde schuine loofwand en hangende druiventrossen

Tendone

Tendone is een Italiaanse pergolavorm met een vrijwel vlak, horizontaal bladerdak.

De hoge stam draagt vruchthout over een raster van draden. De trossen hangen onder het bladerdek. Het systeem kan hoge opbrengsten dragen en biedt in warme omstandigheden veel schaduw.

Schema van tendone met vlak horizontaal bladerdak en hangende druiventrossen

Sylvoz

Sylvoz combineert een hoge permanente cordon met lange eenjarige vruchtruiten die de wijnbouwer naar beneden buigt.

Het systeem komt vooral voor in Noordoost-Italië en past bij krachtige wijnstokken op vruchtbare bodems.

Schema van Sylvoz met hoge permanente cordon en neerwaarts gebogen vruchtruiten

Einzelpfahlerziehung of Moselpfahl

Bij Einzelpfahlerziehung krijgt iedere wijnstok één eigen paal en ontbreekt een doorlopend draadraam.

Traditioneel blijven één of twee lange vruchtruiten staan die de wijnbouwer rond of langs de paal buigt. Het systeem is sterk verbonden met steile wijngaarden aan de Mosel en andere Duitse Steillagen.

Schema van Einzelpfahlerziehung of Moselpfahl met één paal en gebogen vruchtruiten

Bellussera

Bellussera is een hoog Venetiaans geleidingssysteem waarbij vier afzonderlijke wijnstokken rond een hoge steunpaal radiaal naar buiten lopen.

De permanente armen lopen langs uitstralende draden en vormen een verhoogde loofwand. Het systeem liet ruimte onder de wijnstokken voor andere landbouwgewassen en is vooral bekend uit Veneto.

Schema van Bellussera of Raggi-Bellussi met vier afzonderlijke wijnstokken rond een hoge centrale paal

Kouloura

Kouloura is de traditionele mandvorm van Santorini waarbij de wijnbouwer lange eenjarige vruchtruiten laag rond de stam vlecht.

Gewoonlijk blijven vier tot zes vruchtruiten met meerdere knoppen staan. De lage mand beschermt de trossen tegen harde wind, opwaaiend vulkanisch materiaal en sterke zon.

Schema van Kouloura op Santorini met laag gevlochten eenjarige vruchtruiten rond de stam

Alberello pantesco

Alberello pantesco houdt de wijnstok laag in een uitgegraven kom en spreidt de armen radiaal over de bodem.

De vorm hoort bij Pantelleria. De kom helpt de wijnstok te beschermen tegen wind en het schaarse vocht rond de plant vast te houden.

Schema van Alberello pantesco op Pantelleria met lage wijnstok in een uitgegraven kom

Taille Chablis

Taille Chablis is een traditionele Champenoise snoeimethode met verlengde permanente armen waarop de wijnbouwer jaarlijks vruchthout en vervangingshout ordent.

Champagne erkent Chablis als een van vier officiële snoeimethoden. Vooral Chardonnay past bij deze snoeimethode. De opbouw spreidt de vegetatie ruim over de rij. De regels voor Taille Chablis leggen de uitvoering nauwkeuriger vast dan de algemene naam ‘Chablis’ doet vermoeden.

Schema van Taille Chablis met permanente armen, vruchthout, rachet en draagdraad

Vara y pulgar

Vara y pulgar is de traditionele gemengde snoei van Jerez waarbij een lange vruchtruit en een korte vervangingsspoor jaarlijks van functie wisselen.

De klassieke Jerez-vorm gebruikt twee armen. Op de ene blijft een vara met doorgaans zeven à acht knoppen staan; op de andere een korte pulgar. Het volgende jaar wisselen beide armen van rol. De methode hoort vooral bij Palomino Fino.

Schema van Vara y pulgar met lange vara, korte pulgar, stam en draagdraad

Kladeftiko

Kladeftiko is een traditionele struikvorm van Santorini die lange vruchtruiten combineert met korte sporen.

Bij Assyrtiko blijft de stam laag, ongeveer 20 tot 30 cm. De snoeier laat gewoonlijk drie tot vijf lange vruchtruiten met acht tot tien knoppen staan, naast een vergelijkbaar aantal korte sporen met twee knoppen. De scheuten staan hoger en opener dan bij Kouloura, waardoor ventilatie toeneemt maar ook blootstelling aan zon en wind.

Schema van Kladeftiko op Santorini met lange vruchtruiten, korte sporen, lage stam en vulkanische bodem

Verder lezen: Louis Hidalgo, Taille de la vigne, een systematisch Franstalig naslagwerk over snoeiwijzen en de opbouw van de wijnstok. Bekijk het boek op Winecastr.

📬 Ook dit soort artikelen in je inbox? Schrijf je dan in voor de Nieuwsbrief.