Namen per land
In Georgië heet het vat een qvevri. Het staat daar ingegraven in de grond en is aan de binnenkant bekleed met bijenwas. Wijnmakers gebruiken zulke vaten er al ongeveer 8000 jaar, zoals je leest in De oorsprong van wijn. Sinds 2013 staat de methode op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed. In Spanje spreek je van een tinaja, in Portugal van een talha. In Toscane staat Impruneta bekend om zijn terracottavaten.
Vinho de Talha
In de Alentejo is ‘Vinho de Talha’ sinds 2010 een officiële aanduiding binnen de DOC Alentejo. De wijn vergist er op de schillen in de talha en mag pas vanaf 11 november, Sint-Maarten, op de markt komen.
Wat klei met wijn doet
Een onbehandelde wand laat zuurstof door, maar hoeveel verschilt per vat. Dat hangt af van de kleisamenstelling, de baktemperatuur, de porositeit, de wanddikte en een eventuele coating. In rode wijn kan die beperkte zuurstof de binding tussen tannines en kleurstoffen bevorderen. Terracotta geeft veel minder aroma af dan nieuw eiken, maar is niet helemaal neutraal.
Ingegraven vaten hebben nog een voordeel: de grondtemperatuur ligt op voldoende diepte rond 14 tot 16 °C, en dat dempt temperatuurpieken tijdens de vergisting. Bij Casadei zie je hoe een producent dat in Toscane en op Sardinië toepast.
Nadelen
Amforen zijn breekbaar, lastig schoon te houden en per stuk verschillend. Een te poreuze wand geeft kans op oxidatie of ongewenste micro-organismen. Daarom bekleden veel producenten de binnenkant: in Georgië met bijenwas, in Portugal met een harslaag die ‘pez’ heet.
Amfora en orange wine
Amforen zijn sterk verbonden met orange wine: witte wijn die lang op de schillen vergist. Vanaf de jaren negentig brachten Josko Gravner en Stanko Radikon die werkwijze terug in Friuli en Slovenië. Meer daarover lees je in Wat is orange wine? en Orange wine: van niche naar volwassen wijnstijl.
« Terug naar begrippen