Groot nieuws: Frankrijk heeft er sinds augustus twee druivenrassen bij. Baco Noir en Savvatiano staan op lijst A van de officiële Franse catalogus van druivenrassen.
Maar eigenlijk is het klein nieuws.
Plant je vandaag Baco Noir of Savvatiano aan, dan kun je daar niet zomaar Franse wijn van maken. Het opnemen in de catalogus betekent in de eerste plaats dat plantmateriaal mag worden geproduceerd, en binnen de Europese Unie mag worden verhandeld. Voor gebruik in de Franse wijnbouw zijn nog een paar stappen nodig.
Baco Noir kent Frankrijk al langer. François Baco ontwikkelde het druivenras na de phylloxeracrisis uit een kruising van Folle Blanche en de Amerikaanse Vitis riparia. Later verdween het grotendeels uit de Franse wijngaarden en tegenwoordig staat het vooral in Noord-Amerika. Baco Noir moet overigens niet worden verward met Baco Blanc, een ander hybride druivenras van François Baco dat nog altijd voor AOC Armagnac wordt gebruikt.
Savvatiano wordt al eeuwen verbouwd in het warme en droge Griekenland. Het witte druivenras kan ook bij hoge temperaturen zijn zuren redelijk goed vasthouden. Daardoor is het interessant voor Franse wijnboeren.
Eerst nog een paar stappen te gaan
Een vermelding in de officiële catalogus geeft nog geen toestemming om een druivenras voor wijnproductie aan te planten. Frankrijk heeft daarvoor een aparte classificatie. Pas na opname daarin mag een ras commercieel worden aangeplant, heraangeplant of geënt.
Voor gebruik binnen een AOP moet ook het lastenboek, het cahier des charges, van die appellatie ruimte bieden aan het druivenras. Een appellatie kan daarvoor nieuwe druivenrassen als VIFA opnemen: variétés d’intérêt à fin d’adaptation.
Zo’n druivenras wordt vervolgens minstens tien jaar in de praktijk gevolgd. Er wordt gekeken naar de teelt, de druiven en uiteraard naar de wijn. Daarna kan het definitief in het lastenboek terechtkomen, weer verdwijnen of nog vijf jaar langer worden getest.
Even terugbladeren
Het bericht van het Franse wijninstituut zou daarmee gemakkelijk als aardige voetnoot kunnen verdwijnen. Tot je een paar maanden terugbladert.
In februari werden namelijk al elf andere druivenrassen aan dezelfde Franse catalogus toegevoegd. Die zijn ontwikkeld met resistentie tegen meeldauw en valse meeldauw. Volgens het Institut Français de la Vigne et du Vin (IFV) kan daardoor 80 tot 90 procent minder fungicide nodig zijn dan bij gevoelige druivenrassen.
En februari was bepaald niet de eerste keer. Frankrijk werkt al jaren aan nieuwe druivenrassen. Chardonnay, Pinot Noir, Syrah, Grenache, Sauvignon en Cabernet franc zitten bijvoorbeeld in regionale veredelingsprogramma’s.
Het veranderende klimaat is een belangrijke reden voor die veredelingsprogramma’s. Druiven rijpen eerder, bouwen sneller suiker op en verliezen bij hoge temperaturen gemakkelijker hun zuren. Frankrijk zoekt daarom onder meer naar rassen die later rijpen, minder snel veel suiker opbouwen en voldoende zuren behouden. Tegelijkertijd speelt ziekteresistentie een grote rol. Minder gevoeligheid voor meeldauw en valse meeldauw betekent minder fungicidegebruik en dus minder behandelingen in de wijngaard.
Er lopen daardoor verschillende lijnen naast elkaar. Oude druivenrassen worden opnieuw bekeken, buitenlandse druivenrassen komen in beeld en er wordt gewerkt met nieuwe kruisingen, waaronder hybride rassen met resistentie uit andere Vitis-soorten. Vooral dat laatste is opvallend. Hybriden hadden in de Franse kwaliteitswijnbouw decennialang een slechte naam en pasten nauwelijks binnen de cultuur van de appellaties. Nu worden ze serieus onderzocht als onderdeel van de oplossing.
Tot 2021 sloten de Europese regels zulke kruisingen uit van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming. Verordening (EU) 2021/2117 veranderde dat. Sindsdien mogen ook kruisingen van Vitis vinifera met andere Vitis-soorten binnen een AOP worden gebruikt.
In de Bordeaux gebeurt het al
De Bordeaux is in vele opzichten koploper in het Franse wijnbeeld. En daar is goed te zien waar zo’n traject uiteindelijk toe kan leiden. Binnen de AOP Bordeaux en Bordeaux Supérieur worden onder andere Marselan, Touriga Nacional, Castets, Arinarnoa en Vidoc al in de praktijk getest.
Veel ruimte krijgen ze voorlopig niet. Maximaal vijf procent van het wijngaardareaal van een wijnboer mag uit deze VIFA-rassen bestaan. In de uiteindelijke assemblage is maximaal tien procent toegestaan. De wijn mag vervolgens gewoon Bordeaux heten.
Volgens het jaarverslag 2025 van het Syndicat des AOC Bordeaux & Bordeaux Supérieur waren eind 2025 58 VIFA-overeenkomsten afgesloten voor ruim 81 hectare experimentele aanplant. Marselan stond met ruim 35 hectare met stip bovenaan.
Ook buiten de Bordeaux wordt geëxperimenteerd. Ongeveer twintig Franse appellaties maken inmiddels gebruik van VIFA. In Buzet is bijvoorbeeld ook Tempranillo toegelaten. Een Spaanse druif in een Franse appellatie klinkt misschien wat vreemd, maar over een jaar of twintig kijkt waarschijnlijk niemand daar nog van op.
En de consument?
Die zal er voorlopig weinig van merken. En waarom ook?
Koop je een fles Bordeaux, dan hoef je toch niet te weten dat er een paar procent Marselan of Touriga Nacional in zit? Als die druiven ervoor zorgen dat de wijn fris en lekker blijft, ondanks de veranderende omstandigheden, dan is dat voor de meeste wijndrinkers voldoende.
Waarschijnlijk liggen de verhoudingen over tien of twintig jaar weer anders. Het klimaat verandert verder. Consumentengedrag verandert continu. Wetgeving verandert. En onze kijk op gezondheid wijzigt. Maar smaak verandert doorgaans langzaam. Dankzij die trage tijdgeest kunnen wijnproducenten veranderingen redelijk goed volgen en er soms zelfs op vooruitlopen.
Voorlopig zijn Baco Noir en Savvatiano slechts twee nieuwe namen in een Franse catalogus.
Klein nieuws dus. Tenzij je even terugbladert.
Beeldcredit: AI-gegenereerde compositie op basis van foto’s van Baco noir © IFV en Savvatiano © INRAE – Domaine de Vassal.