Cinsault – in Franse en internationale databanken meestal Cinsaut – is een blauw mediterraan druivenras dat vooral bekend is uit Zuid-Frankrijk. Het combineert grote bessen en een hoge productiviteit met opvallend goede droogteresistentie. Bij beperkte opbrengsten kan het geurige, soepele rode wijnen en vooral verfijnde rosés geven; bij te hoge opbrengsten wordt het snel dun en weinig uitgesproken.
Oorsprong, naam en DNA
Pl@ntGrape beschouwt Cinsaut als een zuidelijk Frans druivenras dat waarschijnlijk uit de Provence afkomstig is. Het ras is al eeuwen bekend in Zuid-Frankrijk en raakte vervolgens verspreid over het Middellandse Zeegebied, Noord-Afrika en Zuid-Afrika.
De afstamming is niet overtuigend vastgesteld. Cinsaut zelf heeft wel een bekende plaats in de moderne druivengenetica: samen met Pinot Noir is het een ouder van Pinotage, de Zuid-Afrikaanse kruising die Abraham Izak Perold in 1924 maakte. In Zuid-Afrika stond Cinsaut lange tijd bekend als ‘Hermitage’; daardoor ontstond de naam Pinotage uit Pinot en Hermitage.
De spelling Cinsault komt veel voor en is in Frankrijk toegestaan voor plantmateriaal. In Italië is Ottavianello de officiële naam. Oeillade Noire wordt soms als synoniem genoemd, maar dat is onjuist: Pl@ntGrape beschrijft Oeillade Noire als een afzonderlijk druivenras dat historisch met Cinsaut is verward.
Ampelografie
Cinsaut vormt grote trossen en zeer grote, elliptische bessen. De volwassen bladeren zijn rond tot bijna rond en meestal vijflobbig, met vrij diepe V-vormige zijsinussen. De groei is niet bijzonder krachtig en de scheuten hangen gemakkelijk. De vruchtbaarheid en productiviteit zijn daarentegen hoog. Dat verschil is belangrijk: Cinsaut kan veel druiven dragen zonder een uitzonderlijk krachtige vegetatieve groei te ontwikkelen.
Fenologie
| Fase | Timing |
|---|---|
| Knopuitloop | Gemiddeld tot vrij laat; ongeveer 9 dagen na Chasselas |
| Bloei | Gemiddeld |
| Véraison | Gemiddeld |
| Oogst | Middenseizoen; rijpheid ongeveer 3 weken na Chasselas |
Klimaat en terroir
Cinsaut is sterk aangepast aan warme, droge mediterrane omstandigheden. Pl@ntGrape noemt het ras zeer droogteresistent. Dat verklaart mede de historische verspreiding in Zuid-Frankrijk, Noord-Afrika en Zuid-Afrika en maakt het opnieuw interessant in een periode waarin hitte en watertekort belangrijkere selectiecriteria worden.
De keerzijde is de productiviteit. Op vruchtbare grond en bij ruime watervoorziening kunnen de opbrengsten zo hoog worden dat concentratie en aromatische intensiteit teruglopen. Arme, droge bodems passen daarom goed bij het ras. Pl@ntGrape noemt schist als voorbeeld, maar Cinsaut is niet tot één bodemtype beperkt. Op kalkrijke gronden kan in het voorjaar chlorose optreden.
Gevoeligheid voor ziektes & stress
| Factor | Gevoeligheid |
|---|---|
| Echte meeldauw (oïdium) | Matig |
| Botrytis (grijze rot) | Hoog; grote trossen en bessen vergroten het risico onder vochtige omstandigheden |
| Esca en eutypiose | Gevoelig |
| Druivenmot en mijten | Gevoelig |
| Chlorose | Verhoogd risico op kalkrijke bodems, vooral in het voorjaar |
| Droogtestress | Laag; Cinsaut geldt als zeer droogteresistent |
| Voorjaarsvorst | Relatief beperkt door de niet-vroege knopuitloop, al blijft locatie bepalend |
Snoeimethoden & training
Korte snoei. De hangende groeiwijze en goede vruchtbaarheid maken Cinsaut geschikt voor korte snoei. In mediterrane gebieden komt het ras traditioneel voor als laag opgebouwde, vrijstaande struikstok of gobelet, vooral op droge locaties met beperkte groeikracht.
Opbrengstbeheersing. Dit is bij Cinsaut belangrijker dan het trainingssysteem op zichzelf. Het ras kan gemakkelijk veel produceren. Lage tot gematigde opbrengsten geven doorgaans meer kleur, aroma en concentratie; op vruchtbare grond kan de kwaliteit snel verwateren.
Loofwandbeheer. Door de hangende scheuten en gevoeligheid voor grijze rot is voldoende lucht rond de trossen nuttig. In warme klimaten moet bladverwijdering tegelijk terughoudend gebeuren: volledig onbeschermde grote bessen kunnen bij extreme zon en hitte beschadigen.
Veelgebruikte vinificatietechnieken
Cinsaut wordt veel gebruikt voor rosé, waarbij directe persing of een korte schilweking de bleke kleur en het frisse rode fruit behouden. Voor rode wijn ligt een voorzichtige extractie voor de hand: de schillen leveren doorgaans minder tannine en kleur dan die van rassen als Syrah of Mourvèdre. Koolzuurweking of gedeeltelijke koolzuurweking komt eveneens voor bij lichte, vroeg drinkbare stijlen.
Bij rode wijn is malolactische omzetting gebruikelijk. Bij rosé hangt dat sterker af van de gewenste stijl: producenten kunnen de omzetting vermijden wanneer ze frisheid en primaire fruitaroma’s willen behouden. Houtrijping is mogelijk, maar nieuw hout kan het relatief delicate aromatische profiel snel overheersen.
Typische wijnstijl
De onderstaande tabel beschrijft de typische wijnstijl die met dit druivenras wordt geassocieerd. Wijnkenmerken zijn afhankelijk van herkomst, opbrengst, vinificatie en rijping en zijn geen onveranderlijke druif-eigen eigenschappen.
| Kenmerk | Omschrijving |
|---|---|
| Kleur | Bleek tot middelmatig robijnrood; rosé vaak zeer bleek |
| Zuurgraad | Medium |
| Tannines | Laag |
| Body | Licht tot medium |
| Alcoholgehalte | Meestal circa 12–14% |
| Textuur | Soepel, sappig en weinig astringent |
| Ouderingspotentieel | Meestal 2–5 jaar; serieuze rode wijnen van oude stokken kunnen langer ontwikkelen |
| Primaire aroma’s | Aardbei, framboos, rode kers, rode bes, roos en viooltje; soms lichte kruidigheid |
| Secundaire aroma’s | Gistige of kruidige tonen afhankelijk van vinificatie; hout kan vanille, toast en specerijen toevoegen |
| Tertiaire aroma’s | Gedroogd rood fruit, tabak, leer en gedroogde kruiden bij rijping |
Belangrijkste productiegebieden en stijlen
Frankrijk is veruit het belangrijkste land voor Cinsaut. De database van Anderson, Nelgen en Puga komt voor 2023 uit op ongeveer 21.800 hectare in Frankrijk en circa 27.200 hectare wereldwijd. Daarmee ligt ruim vier vijfde van het mondiale areaal in Frankrijk. De belangrijkste Franse concentraties liggen in de Languedoc en Provence.
In Provence is Cinsaut een belangrijk ras voor rosé. In Côtes de Provence behoort het tot de belangrijkste blauwe druivenrassen voor rood en rosé. Ook in Tavel, delen van de zuidelijke Rhône en Châteauneuf-du-Pape komt het voor, meestal in assemblages. In Bandol speelt Mourvèdre de hoofdrol, maar Cinsaut kan bijdragen aan rosé en rood.
Buiten Frankrijk blijft het ras historisch belangrijk in Noord-Afrika, Libanon en Zuid-Afrika. Zuid-Afrika telde in 2023 ongeveer 1.674 hectare. Daar is de belangstelling voor oude bush-vinepercelen opnieuw gegroeid en verschijnen steeds vaker cépagewijnen. Chili is een kleinere maar opvallende groeiplaats: het areaal kwam in 2023 boven 1.000 hectare uit.
| Gebied | Rol | Stijl | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Provence | Belangrijk in roséblends | Bleek, droog, roodfruitig en kruidig | Cinsaut is onder meer een belangrijk ras binnen Côtes de Provence |
| Languedoc | Blend en steeds vaker cépage | Van licht en sappig tot geconcentreerder van oude stokken | Historisch groot areaal; opbrengstbeheersing is bepalend |
| Zuidelijke Rhône | Blend | Soepelheid, parfum en rood fruit | Onder meer toegestaan in Châteauneuf-du-Pape en gebruikt in rosé uit Tavel |
| Zuid-Afrika | Cépage en blend | Licht tot medium rood, vaak van oude bush vines | Historisch ‘Hermitage’; ouder van Pinotage |
| Libanon en Noord-Afrika | Historisch belangrijk | Rode blends en lokale stijlen | Goed aangepast aan warme, droge omstandigheden |
| Chili | Klein maar groeiend | Fris rood en rosé | Meer dan 1.000 ha in 2023 volgens Anderson, Nelgen & Puga |
Vergelijking bij blindproeven
Bij een rode Cinsaut zijn de bleke tot middelmatige kleur, lage tannine, soepele textuur en het geparfumeerde rode fruit de belangrijkste aanwijzingen. Grenache kan vergelijkbaar rijp en zacht zijn, maar heeft vaak meer alcohol en een voller mondgevoel. Gamay deelt het sappige rode fruit en de lage tannine, maar geeft in koeler gebied meestal hogere zuren en een ander aromatisch register. Pinot Noir kan qua kleur en textuur verwarren, maar toont doorgaans meer zuur, fijnere tannines en vaker aardse of kruidige complexiteit. Bij rosé is herkenning van het druivenras op zichzelf veel minder betrouwbaar.
| Eigenschap | Cinsaut | Grenache | Gamay | Pinot Noir |
|---|---|---|---|---|
| Kleur | Bleek–medium | Bleek–medium | Helder licht–medium | Bleek–medium |
| Zuurgraad | Medium | Laag–medium | Hoog | Medium–hoog |
| Tannines | Laag | Laag–medium | Laag | Laag–medium |
| Body | Licht–medium | Medium–vol | Licht–medium | Licht–medium |
| Typisch profiel | Aardbei, kers, bloemen | Rijp rood fruit, kruiden | Rood fruit, bloemen | Rood fruit, kruiden, aards |
Bronnen
- Anderson, K., Nelgen, S. & Puga, G. (2025). Database of Regional, National and Global Winegrape Bearing Areas by Variety, 2000 to 2023. Adelaide University.
- Pl@ntGrape (INRAE-IFV). Cinsaut.
- Pl@ntGrape (INRAE-IFV). Oeillade noire – afzonderlijk druivenras, vaak historisch met Cinsaut verward.
- VIVC. Paspoort Cinsaut, nr. 2672.
- INAO. Côtes de Provence en geldend cahier des charges.
- Robinson, J. (red.). The Oxford Companion to Wine, lemma Cinsaut.
Foto: Doris Schneider, Julius Kühn-Institut (JKI), Federal Research Centre for Cultivated Plants, Institute for Grapevine Breeding Geilweilerhof – 76833 Siebeldingen, Germany
Bijgewerkt op 24 oktober 2026
