Druivenatlas › Corvina Veronese

druivenras

Corvina Veronese

Corvina, Cruina (officieel synoniem), Corvina Comune, Corvina Gentile, Corvina Nostrana, Corvina Reale

Blauw Italië · Argentinië Gematigd MV: P2 - rood
Vergelijk Corvina Veronese
VIVC-nummer 2863
Ouders Onbekend
Herkomst Verona, Veneto
Verder kijken

Corvina Veronese is een oud blauw druivenras uit de provincie Verona en de ruggengraat van Valpolicella, Amarone, Recioto en Bardolino. De wijnen combineren hoge zuren met weinig kleur en tannine, en ruiken naar zure kers, viooltjes en bittere amandel. Dankzij de dikke schil leent het ras zich goed voor appassimento, het drogen van de druiven voor Amarone. Wereldwijd stond er in 2023 circa 7.362 hectare, vrijwel volledig in Italië.

Tros rijpe Corvina Veronese-druiven aan de wijnstok, met blauwzwarte bessen en dikke waslaag.

Structuur

tannine

Laag-medium

zuur (druifeigen)

Hoog

body

Licht–medium

bewaren

3–6 jaar; Amarone 10–20+ jaar

Aromaprofiel

Primair Zure kers, rode kers, rode pruim, viooltjes, kruiden, bittere amandel; na appassimento gedroogde kers, pruim, vijg en rozijn
Secundair Vanille, toast en specerijen bij rijping op nieuw eikenhout; in groot, oud hout nauwelijks
Tertiair Gedroogde kers, pruimen, tabak, leer, cacao, gedroogde kruiden

Verwarring bij blindproeven

Sangiovese (meer en ruwere tannine, minder bittere amandel), Gamay (bloemiger en sappiger, zonder bitter slot), Pinot Noir (zachtere zuren, aardser bij rijping); Amarone: andere appassimento-wijnen en zeer rijpe, alcoholrijke rode wijnen

Oorsprong

Provincie Verona (Veneto). In de negentiende eeuw gedocumenteerd; secundaire bronnen noemen 1818 of Pollini (1824). Spontaan ontstaan ras; ouders onbekend.

Mondiaal areaal ca. 7.362 ha (2023)

Fenologie

Knopuitloop

Laat

Bloei

Gemiddeld

Véraison

Gemiddeld

Oogst

Gemiddeld–laat

Opbrengstpotentieel Gemiddeld

Klimaat en terroir

Klimaattype Gematigd
Droogtetolerantie Laag
Bodemtype Geen uitgesproken bodemvoorkeur gedocumenteerd. In het Veronese op kalksteen, mergel, morene, basalt en andere vulkanische bodems en alluvium.

Vinificatietechnieken

Vinificatie Combinatie
MLF Ja

Oorsprong, naam en DNA

Corvina Veronese is een oud druivenras uit de provincie Verona. Over de precieze herkomst is vrijwel niets bekend, schrijft Vivai Cooperativi Rauscedo (VCR), de kwekerij die een groot deel van de Corvina-klonen vermeerdert. Ook de vroegste vermelding staat ter discussie. De Italiaanse literatuur noemt Pollini (1824) als eerste beschrijver van de aanplant in Valpolicella, een Australische vakbladsamenvatting houdt 1818 aan. De Italian Vitis Database registreert Corvina als spontaan ontstaan ras, met Cruina als officieel synoniem.

De ouders van Corvina zijn onbekend. Onderzoekers van de Fondazione Edmund Mach in San Michele all’Adige vonden wel een ouder-kindrelatie met Rondinella, de vaste blendpartner in Valpolicella. In het artikel van Grando, Lorenzi, Moreira en Vouillamoz, gebaseerd op zestig DNA-merkers, staat die relatie expliciet; de Oxford Companion dateert de vondst op 2005. De richting leggen de onderzoekers niet vast. Secundaire bronnen noemen Corvina doorgaans de ouder van Rondinella.

Hetzelfde onderzoek plaatst Refosco dal Peduncolo Rosso als tweedegraads verwant van Corvina. Sommige naslagwerken en websites maken daar ‘Refosco dal Peduncolo Rosso × onbekend’ van. Op dit onderzoek is dat niet te baseren: de studie ondersteunt een tweedegraads verwantschap, zoals grootouder, halfbroer of oom, en geen directe ouder-kindrelatie. Ook de naam is minder zeker dan vaak wordt beweerd. De afleiding van corvo, Italiaans voor raaf, vanwege de donkere bessen, is aannemelijk maar onbewezen.

Corvinone gold lang als grootbessige kloon van Corvina. Cosmo en Polsinelli rekenden het in 1960 nog tot de ‘modificazioni’: varianten die door de omgeving ontstaan, net als Corvina rizza en Corvina gentile. Ampelografisch en genetisch onderzoek toonde later aan dat het een zelfstandig druivenras is. In de wijngaard liep die verwarring lang door. Ook Corbina is een afzonderlijk ras; dat stelden Cosmo en Polsinelli al.

De huidige regels zijn recenter: sinds een wijziging in 2019 mogen Corvina en Corvinone samen of afzonderlijk de bandbreedte van 45 tot 95 procent invullen. Daarvoor mocht Corvinone hooguit de helft van het Corvina-aandeel vervangen.

Ampelografie

Corvina groeit krachtig en halfopgericht, met lange, weinig vertakte scheuten. Volgens de Italian Vitis Database is het volwassen blad middelgroot en vijfhoekig, met diepe bovenste zijinsnijdingen en een open bladsteelinsnijding. Rasbeschrijvingen noemen het blad doorgaans vijflobbig; de onderzochte accessie heeft zeven of meer lobben. De tros is middelgroot tot lang, cilindrisch tot kegelvormig en middelmatig compact, met hooguit twee vleugels. VCR wijst op biotypen met compactere trossen. De bessen zijn middelgroot, breed-ellipsvormig en blauwzwart, met een sterke waslaag en een dikke schil. Het vruchtvlees is zacht en kleurloos.

Twee kenmerken bepalen hoe wijnboeren met Corvina werken. De basale ogen, de eerste drie knoppen op het vruchthout, hebben een zeer lage vruchtbaarheid: de database scoort ze op de OIV-schaal als ‘zeer laag’, met een vruchtbaarheidsindex onder 0,5. Daarom krijgt lange snoei meestal de voorkeur. Daarnaast houdt de dikke schil de bessen heel tijdens het wekenlange drogen na de oogst. Die combinatie verklaart waarom Corvina de hoofdrol kreeg in Amarone en Recioto.

Doordat wijnboeren het ras al eeuwen aanplanten en vermeerderen, is het genetisch gevarieerd. In vermeerdering zijn onder meer de klonen R6, VCR446, VCR448 en ISV-CV 7, 13, 48, 78 en 146. VCR446 en VCR448 zijn geselecteerd op veel anthocyanen en structuur, R6 op kleur, tannine en geschiktheid voor drogen.

Fenologie

Corvina loopt laat uit en rijpt middellaat tot laat, volgens de rasbeschrijving van VCR. Het Italiaanse rassenregister noemt bloei en véraison gemiddeld, op basis van historische waarnemingen in de collectie van Conegliano (Cosmo en Polsinelli, 1960). De late knopuitloop verkleint het risico op schade door voorjaarsvorst. De late rijping heeft juist een lange, warme nazomer nodig. In Valpolicella valt de oogst meestal tussen eind september en begin oktober, afhankelijk van ligging, jaargang en bestemming.

Voor Amarone en Recioto plukken producenten vaak als eerste, en altijd met de hand. Frisse zuren en gave, luchtige trossen wegen dan zwaarder dan maximale suikerrijpheid, omdat de druiven daarna nog weken tot maanden moeten drogen. In het Australische Hilltops merkte Freeman Vineyards dat de rijping in de eigen wijngaard tot drie weken opschoof naarmate de stokken ouder werden. Dat is een bedrijfswaarneming, geen bewijs voor een algemeen effect van stokleeftijd.

Klimaat en terroir

Corvina hoort thuis in een gematigd tot warm klimaat met een lang groeiseizoen. Op de heuvels van Valpolicella krijgen de trossen meer zon en ventilatie dan in de vlakte. Dat past bij wat VCR aanbeveelt: een zonnige ligging en een droog klimaat, voor een regelmatige en gezonde rijping. Bij een laatrijpend ras als dit wegen expositie en mesoklimaat daarom zwaarder dan een simpel label als ‘warmteminnend’.

In het Veronese staat Corvina op kalksteen en mergel, op moreneafzettingen rond het Gardameer, op basalt en andere vulkanische bodems en op alluvium in de vlakte. Volgens VCR past het ras zich aan veel bodems aan, ook kalkrijke, zolang ze niet te vruchtbaar of te nat zijn. Wel liet onderzoek van Anesi et al. (2015) met één kloon in zeven wijngaarden zien dat de wijngaarden, na correctie voor het sterke jaargangeffect, een eigen metabool profiel hadden. Het verband met afzonderlijke factoren als bodem of wijngaardbeheer bleef zwak.

Een droog klimaat is overigens iets anders dan droogtetolerantie. Dry (2019) beoordeelt de gevoeligheid voor waterstress en zonnebrand op de bessen als hoog. De Italiaanstalige Wikipedia zegt hetzelfde, maar een primaire Italiaanse bron daarvoor ontbreekt. Quattrocalici noemt het ras juist droogteresistent, maar die bron spreekt zichzelf op meer punten tegen. Onderzoekers in Verona kruisen Corvina inmiddels met Cabernet Sauvignon en met de schimmelresistente Solaris. Zo brengen ze rijpingstijd en resistentie genetisch in kaart, met het oog op warmere zomers.

Gevoeligheid voor ziektes & stress

StressfactorGevoeligheidOpmerkingen
Valse meeldauwMatig tot hoogVCR noemt de algemene ziektegevoeligheid matig. Dry (2019) schat valse meeldauw hoog in, voor Australische omstandigheden.
Echte meeldauw (oïdium)Geen dataGeen betrouwbare rasspecifieke beoordeling gevonden.
BotrytisMatig tot hoogVolgens VCR de belangrijkste zwakte, vooral bij biotypen met compacte trossen. Extra risico tijdens het drogen voor appassimento.
ZonnebrandHoogVolgens Dry (2019); geen primaire Italiaanse bron gevonden. Stevig ontbladeren rond de trossen vergroot het risico.
DroogtestressHoogVolgens Dry (2019); een vergelijkende proef ontbreekt. Quattrocalici spreekt dat tegen, maar die bron is intern inconsistent.
Chlorose / kalkstressLaagVCR noemt het ras resistent tegen chlorose.
VoorjaarsvorstLaagMinder blootstelling door de late knopuitloop. De vorsttolerantie van uitgelopen scheuten zelf is niet vastgesteld.
MagnesiumgebrekGevoeligVolgens VCR.

Snoeimethoden & training

Snoeiwijze

Door de weinig vruchtbare basale ogen past lange snoei het best bij Corvina; korte snoei is niet onder alle omstandigheden uitgesloten. VCR noemt lange snoei met een evenwichtige knopbelasting per stok de beste keuze. In Valpolicella domineerde daarom van oudsher de pergola Veronese, een overhuifd systeem waarin lange takken veel knoppen dragen. Guyot past om dezelfde reden goed. Volgens VCR is het ras delicaat en past het slecht in gemechaniseerde wijngaarden.

Gangbare snoeimethoden: enkele en dubbele cordon en enkele en dubbele guyot. Vier afbeeldingen.

Loofwandbeheer

Bij Corvina dient loofwandbeheer twee doelen die met elkaar botsen. De trossen hebben lucht nodig, zeker als ze daarna maanden moeten drogen: elke infectie uit de wijngaard gaat mee naar de droogruimte. Tegelijk is het ras gevoelig voor zonnebrand. Te stevig ontbladeren beschadigt de schil, terwijl juist die schil tijdens het drogen intact moet blijven. Het bladdak van de pergola geeft van nature schaduw boven de trossen. Groene snoei zorgt volgens VCR bovendien voor een gelijkmatiger rijping van de tros.

Opbrengstbeheersing

Over het opbrengstpotentieel lopen de bronnen uiteen. VCR omschrijft de productie als gemiddeld en vrij constant, Dry (2019) als laag tot gemiddeld. Het Italiaanse rassenregister noemt de productie uitstekend en constant. Die beschrijving komt van Cosmo en Polsinelli (1960), uit een tijd waarin Corvinone nog als variant van Corvina gold. Los daarvan geldt een wettelijke grens, die iets zegt over marktbeleid en niets over het ras.

Voor de oogst van 2025 verlaagde de Regione Veneto de maximale opbrengst van 12 naar 10 ton per hectare, bij decreet nr. 120 van 26 juni 2025. Die grens geldt voor alle wijnen uit de Valpolicella: de gewone Valpolicella, Ripasso, Amarone en Recioto. Het Consorzio had om die verlaging gevraagd om de voorraden te beperken.

Appassimento: meer dan concentratie

Voor Amarone drogen de druiven tot ongeveer 30 procent van het besgewicht is verdwenen (Tomasi et al. 2021). Het productievoorschrift staat klimaatregeling toe, zolang de temperatuur vergelijkbaar blijft met traditioneel drogen; ontvochtigen met warmte is uitgesloten. Vroeger lagen de trossen op houten rekken, de ‘arelle’, in droogruimtes zonder klimaatregeling. Voor Valpolicella Superiore en IGT-wijnen volstaat vaak een mildere droging van vier tot acht weken en 10 tot 15 procent gewichtsverlies (Slaghenaufi et al. 2020).

Drogen is bovendien meer dan water onttrekken. De bes leeft door en reageert op het watertekort met eigen stofwisselingsprocessen. Degu et al. (2021) volgden Corvina 108 dagen lang en zagen drie metabole fasen. Stressgerelateerde aminozuren en stilbenen namen sterk toe, terwijl sommige flavanolen juist daalden. Ook terpenen, norisoprenoïden, esters en C6-verbindingen verschuiven, niet allemaal in dezelfde richting. Droogmethode en temperatuur sturen die processen, waardoor twee Amarones uit dezelfde wijngaard aromatisch flink kunnen verschillen.

Een presentatie over Corvina en Corvinone tijdens het Macrowine-congres in 2021 liet daarnaast zien dat het drogen het aromaprofiel sterker bepaalt dan de herkomst van de druiven. De onderzoekers concluderen dat die veranderingen niet simpelweg uit concentratie door verdamping te verklaren zijn. De smaak van Amarone is dus het product van ras, wijngaard en droogruimte samen.

Veelgebruikte vinificatietechnieken

Voor Valpolicella en Bardolino vinifiëren producenten Corvina als gewone rode wijn, vrijwel altijd met volledige malolactische omzetting. De wijn rijpt in staal, beton of groot hout. Voor Chiaretto, de rosé van Bardolino, blijft het schilcontact kort. Puur gevinifieerd geeft Corvina volgens VCR een robijnrode, zuurtjesachtige wijn met wat tannine, met enige finesse maar weinig harmonie. Daarom gaat het ras meestal in een blend met Rondinella, Corvinone en Molinara. In droge gebieden noemt VCR tonen van pruim en karamel.

Amarone

De oogst voor Amarone gebeurt met de hand. Plukkers kiezen gave, luchtige trossen en leggen die in één laag in ondiepe kistjes, de ‘plateaux’. Gestapeld gaan ze naar de ‘fruttaio’, een ruime, goed geventileerde droogruimte. Vroeger lagen de trossen daar op rekken van bamboe of riet, de ‘arelle’. Tegenwoordig sturen veel producenten ventilatie en luchtvochtigheid bij. Dat mag, zolang de temperatuur vergelijkbaar blijft met traditioneel drogen; ontvochtigen met warmte is verboden.

Het drogen duurt doorgaans een paar maanden. Het Consorzio noemt 100 tot 120 dagen, onderzoek vaak twee tot drie maanden. Rond 30 procent gewichtsverlies is een gangbaar referentiepunt, maar duur en verlies verschillen per jaargang en stijl. Tussendoor halen producenten rottend fruit eruit.

In beginsel mogen ze de druiven vanaf 1 december kneuzen en ontstelen. De regio kan voor een bepaalde oogst een eerdere datum toestaan, zoals 13 november voor 2023. Veel producenten wachten juist tot januari of februari. In de koude winter verloopt de gisting traag. Bij Tinazzi duren maceratie en gisting ongeveer twintig dagen, bij 22 tot 24 °C.

Het productievoorschrift eist minimaal 14 procent alcohol. Bij 14 procent is maximaal 9 gram restsuiker per liter toegestaan. Per 0,1 procent extra alcohol komt daar tot 16 procent 0,1 gram bij, en daarboven 0,15 gram. Dat geeft 11 gram bij 16 procent en 12,5 gram bij 17 procent. Amarone rijpt minimaal twee jaar vanaf 1 januari na de oogst, een Riserva vier jaar vanaf 1 november van het oogstjaar.

Recioto

Recioto is de oudste van de drie stijlen. Al in de zesde eeuw beschreef Cassiodorus, in dienst van de Ostrogotische koning Theodorik, een zoete wijn van gedroogde druiven uit het Veronese: de ‘acinaticum’. De naam Recioto komt van het dialectwoord ‘rècie’, oren. Over de precieze betekenis verschillen de bronnen. Het productievoorschrift verwijst naar de bovenste, best belichte delen van de tros, die boeren apart selecteerden; Slow Food naar de vleugels waaraan ze de druiven ophingen.

Voor Recioto selecteren producenten extra streng. Het productievoorschrift noemt voor de gebruikelijke werkwijze drie tot vier maanden drogen. De most bevat dan zoveel suiker dat de gisten het niet allemaal kunnen omzetten, waardoor de gisting vaak vanzelf stopt. Producenten kunnen haar ook stoppen door te koelen of te filteren. Het minimale alcoholgehalte ligt op 12 procent.

Volgens een bekende overlevering ontstond Amarone uit een Recioto die per ongeluk doorgistte. Voor die anekdote bestaat geen harde bron.

Ripasso

Ripasso komt van het Italiaanse ‘ripassare’, opnieuw langsgaan. Na de oogst vergist de producent eerst gewone Valpolicella. Is de Amarone in de late winter afgegist, dan blijven de nog vochtige persresten achter, de ‘vinacce’. Die zitten vol fenolen en aroma en bevatten nog wat restsuiker. Daar giet de producent de jonge Valpolicella overheen.

Er volgt een korte tweede gisting die alcohol, extract, kleur en tannine verhoogt. Sinds 2019 eist het productievoorschrift dat dit contact in één keer gebeurt en minstens drie dagen duurt. Wijn en persresten moeten van dezelfde producent komen. De persresten moeten bovendien nog 10 tot 15 procent vloeistof leveren, gerekend over de hoeveelheid wijn, met een potentieel alcoholgehalte van minstens 0,5 procent. Ripasso is sinds 2010 een eigen DOC.

Masi werkt al sinds 1964 met een variant. Voor Campofiorin gaat de wijn over halfgedroogde verse druiven in plaats van persresten. Masi noemt dat ‘dubbele fermentatie’.

Typische wijnstijl

De onderstaande waarden beschrijven het gebruikelijke potentieel van het druivenras. Het eindresultaat in het glas wordt mede bepaald door klimaat, opbrengst, oogstmoment en vinificatie, en bij Corvina vooral door appassimento.

ParameterWaarde / bandbreedte
Alcohol11,5 tot 13,5% ABV; Amarone minimaal 14%, vaak 15% of meer
ZurenHoog
TannineLaag tot medium; Amarone hoger door appassimento en lange maceratie
BodyLicht tot medium; Amarone vol
KleurLicht robijnrood; relatief weinig anthocyanen
OuderingspotentieelIndicatief 3–6 jaar; goede Amarone 10–20+ jaar, sterk afhankelijk van producent en jaargang

Belangrijkste productiegebieden en stijlen

Volgens de database van Anderson, Nelgen en Puga (University of Adelaide) stond er in 2023 wereldwijd 7.362 hectare Corvina. Daarvan lag 7.343 hectare in Italië, in hoofdzaak in Veneto. In 2010 telde dezelfde statistiek nog 7.495 hectare. Italiaanse cijfers via VCR, inclusief Corvinone, komen voor 2010 lager uit: 5.942 hectare, tegen 4.503 hectare in 1970. Waar dat verschil vandaan komt, is niet duidelijk. De concentratie rond Verona staat in beide bronnen buiten kijf.

Valpolicella, Italië

De vier Valpolicella-herkomsten, Valpolicella DOC, Valpolicella Ripasso DOC, Amarone della Valpolicella DOCG en Recioto della Valpolicella DOCG, delen een wijngaard van 8.614 hectare in 19 gemeenten. Het blendvoorschrift is voor alle vier gelijk: 45 tot 95 procent Corvina en/of Corvinone, 5 tot 30 procent Rondinella en maximaal 25 procent andere toegelaten blauwe rassen, met aparte limieten per categorie en per ras. De percentages gelden voor de aanplant op bedrijfsniveau. Voor 2025 rapporteerde het Consorzio een gebotteld volume van bijna 57,5 miljoen flessen, waarvan 13,58 miljoen Amarone en Recioto.

De Classico-zone omvat de vijf westelijke gemeenten Fumane, Marano, Negrar, San Pietro in Cariano en Sant’Ambrogio, met veel terrassen. Valpantena is een eigen subzone. Het oostelijke deel, met valleien als die van Illasi en Mezzane, valt onder de gewone DOC; daar maakt onder meer Romano Dal Forno zijn Amarone. Allegrini liet met La Poja bovendien zien dat pure, op hout gerijpte Corvina serieuze wijn kan opleveren.

Bardolino en Garda, Italië

Bardolino ligt aan de zuidoostoever van het Gardameer en telde in 2022 ruim 2.500 hectare. Sinds de oogst van 2021 mag Corvina tot 95 procent van de blend vormen. Corvinone mag maximaal 20 procent vervangen en Rondinella telt 5 tot 40 procent. Formeel ligt het minimum voor Corvina op 35 procent, maar omdat Rondinella en overige rassen samen hooguit 60 procent mogen leveren, komt het feitelijke minimum op 40 procent.

De wijnen zijn lichter en bleker dan Valpolicella. Sinds de oogst van 2020 bestaan bovendien de subzones La Rocca, Montebaldo en Sommacampagna.

De rosé van het gebied heet Chiaretto. In de bredere Garda DOC mag een wijn zelfs voor 100 procent uit Corvina bestaan.

Buiten Veneto

Buiten Veneto blijft Corvina een curiositeit. Masi plantte het ras eind jaren negentig in de Tupungato-vallei in Mendoza, op ongeveer 1.000 meter hoogte. Daar gaat het gedeeltelijk gedroogd de blend in met Malbec, onder meer in Passo Doble en Corbec. In Australië heeft Freeman Vineyards in Hilltops (New South Wales) Corvina en Rondinella aangeplant; in 2019 waren er volgens Dry slechts drie Australische producenten. Beide projecten zijn klein en experimenteel.

Vergelijking bij blindproeven

KenmerkCorvinaCorvinoneSangioveseGamayPinot Noir
FruitZure kers, rode kers, rode pruimZwarte kersZure kers, rode pruimFramboos, rode kersRode kers, aardbei, framboos
Overige aroma’sBittere amandel, viooltjes, kruidenKruiden, peperThee, gedroogde kruiden, aardeBloemig, soms peperBosgrond, paddenstoel bij rijping
ZuurHoogGeen dataHoogMedium tot hoogMedium tot hoog
TannineLaag tot mediumLaag tot medium, vergelijkbaar met CorvinaMedium tot hoogLaagLaag tot medium
BodyLicht tot mediumGeen dataMediumLichtLicht tot medium
RijpingMiddellaat tot laatMiddellaatLaatVroegVroeg

Gewone Valpolicella wijst door zure kers, hoge zuren en een bleke kleur al snel richting Sangiovese. Het verschil zit in de zachtere tannine en het licht bittere slot. Amarone is minder geschikt om het ras te leren herkennen, omdat appassimento de druifeigenschappen sterk verandert. Hoge alcohol, gedroogd fruit en veel extract zijn eerst kenmerken van de methode. De combinatie met frisse zuren en een bittere afdronk wijst wel naar Valpolicella.

Bronnen


Foto: Ursula Brühl, Julius Kühn-Institut (JKI), Institute for Grapevine Breeding Geilweilerhof, Siebeldingen, Germany. Bron: VIVC

Bijgewerkt op 3 november 2026