Druivenatlas › Zweigelt

druivenras

Zweigelt

Blauer Zweigelt, Rotburger, Zweigeltrebe

Blauw Oostenrijk · Hongarije Continentaal MV: P2 - rood
Vergelijk Zweigelt
VIVC-nummer 13484
Ouders St. Laurent × Blaufränkisch
Herkomst Klosterneuburg, Oostenrijk (kruising 1922)
Verder kijken

Zweigelt is het meest aangeplante blauwe druivenras van Oostenrijk: een kruising van St. Laurent en Blaufränkisch die Friedrich Zweigelt in 1922 in Klosterneuburg maakte. Het levert rode wijn van licht en sappig tot geconcentreerd en houtgerijpt, met kersenfruit, gemiddelde zuren en soepele tannines, die bij krachtige stijlen steviger worden. In 2023/24 stond het ras op 5.940 hectare, 13,4 procent van de Oostenrijkse wijngaard, met het zwaartepunt in Niederösterreich en Burgenland. Zweigelt is gevoelig voor Traubenwelke, een rijpingsstoornis waarvan de oorzaak nog onbekend is.

Tros rijpe Zweigelt-druiven

Structuur

tannine

Medium

zuur (druifeigen)

Medium

body

Medium

bewaren

Meestal jong tot middellange bewaring; krachtige topcuvées kunnen langer ontwikkelen

Aromaprofiel

Primair Rode kers, morel, donkere bessen, soms pruim
Secundair Lichte kruidigheid; bij houtgebruik vanille, kruidnagel en toast
Tertiair Gedroogd fruit, leer, tabak, bosgrond

Verwarring bij blindproeven

St. Laurent (meer viooltjes en donker fruit, fijnere tannine), Blaufränkisch (hogere zuren, peper, steviger tannine), Gamay (lichter, uitbundiger rood fruit), lichte Pinot Noir (bleker, meer aardbei en bosgrond)

Oorsprong

Oostenrijk; in 1922 gekruist door Friedrich Zweigelt in Klosterneuburg (St. Laurent × Blaufränkisch)

Mondiaal areaal ruim 8.000 ha (2023, dragend areaal; voorlopig cijfer)

Fenologie

Knopuitloop

Vroeg–gemiddeld

Bloei

Gemiddeld

Véraison

Gemiddeld

Oogst

Gemiddeld

Opbrengstpotentieel Gemiddeld tot hoog

Klimaat en terroir

Klimaattype Continentaal
Droogtetolerantie Onvoldoende data
Bodemtype Breed aanpasbaar; diepe, middelzware en voedselrijke bodems kunnen hoge opbrengsten geven

Vinificatietechnieken

Vinificatie Combinatie
MLF Ja

Oorsprong, naam en DNA

Zweigelt is een Oostenrijkse kruising. Friedrich Zweigelt kruiste in 1922 aan de wijnbouwschool van Klosterneuburg St. Laurent met Blaufränkisch. Het druivenras is dus ruim honderd jaar oud en doelbewust gekweekt. Vandaag is het met afstand de belangrijkste blauwe druif van Oostenrijk.

Wat het DNA zegt

De oudercombinatie is genetisch bevestigd. Sefc e.a. (1997) onderzochten Oostenrijkse druivenrassen op 24 microsatellietmerkers en vonden de afstamming van St. Laurent en Blaufränkisch terug. Ook de Vitis International Variety Catalogue (VIVC) registreert die afstamming als door merkers bevestigd. Zweigelt is bovendien een kruising binnen Vitis vinifera. Het gaat dus om een gewone Europese wijnstok en geen schimmelresistente hybride.

Eigenschappen laten zich echter niet netjes over de ouders verdelen. De bekende formule luidt: de spanning van Blaufränkisch met het fruit van St. Laurent. Maar zuur, tannine, kleur en groeigedrag zijn complexe kenmerken, die bovendien sterk reageren op wijngaard en kelder. Over de afstamming van St. Laurent zelf lees je meer op de kaart van Sankt Laurent.

Van kweeknummer 71-2 tot Blauer Zweigelt

De kruising had lang geen naam. Na de oorlog waren veel kweekresultaten van Klosterneuburg verdwenen, maar ongeveer 2.800 stokken hadden het overleefd. Zweigelts voormalige assistent Paul Steingruber liet daarvan in februari 1950 in totaal 1.949 proefmosten beoordelen. Kweeknummer 71-2 sprong eruit, met lof voor kleur, geur en smaak (Deckers 2019).

Vervolgens zorgde Lenz Moser voor de verspreiding. Uiterlijk begin jaren vijftig stond materiaal van nummer 71 in zijn kwekerij in Rohrendorf. Na de strenge vorst van februari 1956 bleek het ras de winter goed te hebben doorstaan, terwijl veel andere rode rassen bevroren. In december 1956 stelde Moser daarom voor de nieuwe druif kortweg ‘Zweigelt-Traube’ te noemen. Sinds 1978 is Blauer Zweigelt de officiële Oostenrijkse naam, met Rotburger als toegestaan synoniem.

Kruisen, behouden en verspreiden waren dus drie aparte bijdragen, van drie verschillende mensen. Rotburger verwijst naar Klosterneuburg, maar dat Zweigelt die naam zelf bedacht, is nergens aangetoond. In Tsjechië en Slowakije heet het ras bovendien officieel Zweigeltrebe.

De man achter de naam

De naamgever is historisch omstreden. Friedrich Zweigelt werd in 1933 lid van de Oostenrijkse NSDAP en bleef dat ook nadat de regering de partij in juni van dat jaar verbood. Na de Anschluss werd hij in 1938 voorlopig directeur van Klosterneuburg. Vervolgens maakte hij van het instituut een nationaalsocialistisch bolwerk en verspreidde hij belastende geruchten over collega’s (Deckers 2019).

In 1945 belandde Zweigelt in een detentiekamp, maar met Kerstmis was hij alweer vrij. In 1948 volgde een aanklacht wegens hoogverraad, waarna bondspresident Karl Renner hem gratie verleende. Zweigelt overleed in september 1964. Daniel Deckers bracht dat verleden in 2019 grondig in kaart. Al in 2018 wilde een actiegroep het ras omdopen tot ‘Blauer Montag’. De officiële naam bleef echter ongewijzigd.

Ampelografie

Zweigelt vormt middelgrote tot grote, dichte trossen. De bessen zijn middelgroot, rond en blauwzwart; het vruchtvlees is kleurloos. Het volgroeide blad is middelgroot tot groot, matig gebobbeld en weinig gelobd, met een licht overlappende bladsteelinsnijding. Die gegevens komen uit de Beschreibende Sortenliste Reben van het Duitse Bundessortenamt (2024).

Het Bundessortenamt beoordeelt de groeikracht als gemiddeld en de vorming van zijscheuten als zwak tot gemiddeld. De neiging tot coulure, waarbij na de bloei een deel van de bessen niet zet, is gering. Oostenrijkse beschrijvingen noemen het ras daarentegen juist groeikrachtig. Het Duitse oordeel is namelijk een gemiddelde over proefpercelen, dus bodem, onderstam en plantmateriaal kunnen het beeld per wijngaard verschuiven.

De opbrengst scoort gemiddeld tot hoog, met een 6 op de negenpuntsschaal van het Bundessortenamt. Ook Lenz Moser roemde in 1956 al de grote vruchtbaarheid. Op diepe, voedselrijke bodems kan de oogst bovendien flink oplopen. Een vaste opbrengst in kilo’s of hectoliters volgt daar echter niet uit.

Fenologie

Zweigelt loopt vroeg tot gemiddeld uit. Het Bundessortenamt plaatst de bloei en het begin van de rijping, de véraison, allebei in het midden van het seizoen. Die scores zijn relatief: ze vergelijken het ras met de andere druivenrassen in de Duitse proeven.

Een vaste oogstperiode volgt daar niet uit. Het moment hangt namelijk af van streek, jaargang, opbrengst en gewenste wijnstijl. Een rosé of lichte rode wijn vraagt bijvoorbeeld eerder geoogste druiven dan een geconcentreerde Reserve. Moser en Zweigelt zelf noemden het ras vroegrijp, al vergeleken zij het met de rode rassen van hun tijd.

De vroege tot gemiddelde uitloop vergroot in principe de kans op schade door late voorjaarsvorst. Rasspecifieke metingen daarvan zijn in de geraadpleegde literatuur echter niet te vinden.

Klimaat en terroir

Het zwaartepunt van Zweigelt ligt in het oosten van Oostenrijk, met een continentaal klimaat, koude winters en warme zomers. In Burgenland komt daar de Pannonische invloed bij, met veel zon en weinig neerslag. Het ras rijpt daar betrouwbaar, terwijl de zuren gemiddeld blijven. Het Bundessortenamt scoort zowel het mostgewicht als het mostzuur gemiddeld.

Zweigelt stelt weinig eisen aan de bodem. Je vindt het ras op löss, leem, klei, grind, zand en kalk. Op diepe, middelzware en voedselrijke grond groeit het echter krachtig en stijgt de opbrengst sterk. Bodem beïnvloedt bij Zweigelt dus vooral groeikracht, opbrengst en rijpingsverloop. Een direct verband tussen een bodemtype en een bepaalde smaak is niet aangetoond.

Hoe Zweigelt op droogte reageert, is niet systematisch onderzocht. Waterstress geldt wel als mogelijke stressfactor bij Traubenwelke. De gevoeligheid voor die stoornis is echter geen maat voor droogtetolerantie, omdat verschillende vormen van besverwelking vaak door elkaar worden gehaald (Griesser e.a. 2024). De droogtetolerantie blijft daarom ongeclassificeerd.

Gevoeligheid voor ziektes & stress

StressfactorGevoeligheidOpmerkingen
Echte meeldauw (oïdium)GeringScore 3 in de Duitse rassenproeven. Die proeven vonden plaats onder normale fungicidebehandeling, dus gering gevoelig betekent geen resistentie (Bundessortenamt 2024).
Valse meeldauw (peronospora)GeringEveneens score 3, onder dezelfde behandelde proefomstandigheden.
BotrytisGeringScore 3, ondanks de dichte trossen. Moser noemde het ras in 1956 al rotbestendig. Een dichte loofwand en nat weer verhogen het risico wel.
TraubenwelkeVerhoogd risicoFysiologische rijpingsstoornis waarvoor Zweigelt in Oostenrijk bekendstaat. Er is geen ziekteverwekker gevonden en het verschijnsel komt ook bij andere rassen voor (zie ‘Traubenwelke‘).
Suzuki-fruitvlieg (Drosophila suzukii)GemiddeldVeld- en laboratoriumstudie in Niederösterreich, 2015 tot 2017, met negentien rassen. Zweigelt was minder kwetsbaar dan Blauer Portugieser, Frühroter Veltliner en St. Laurent, met grote verschillen tussen jaren en locaties (Riedle-Bauer e.a. 2020).
DroogtestressGeen dataNiet te verifiëren in de beschikbare literatuur. Traubenwelke is geen bruikbare maat voor droogtetolerantie.
ZonnebrandGeen dataNiet te verifiëren in de beschikbare literatuur.
Chlorose / kalkstressGeen dataNiet te verifiëren in de beschikbare literatuur.
WintervorstRelatief hardHet Bundessortenamt geeft geen score. Wel overleefde Zweigelt de strenge vorst van februari 1956 in de kwekerij van Lenz Moser, waar veel andere rode rassen bevroren (Deckers 2019). Het gaat om een historische waarneming.
Late voorjaarsvorstGeen dataNiet te verifiëren in de beschikbare literatuur. De vroege tot gemiddelde uitloop vergroot in principe de blootstelling.

Snoeimethoden & training

Snoeiwijze

Zweigelt verdraagt zowel Guyot als cordon met korte snoei op sporen. In Oostenrijk speelde bovendien de hoge opvoeding van Lenz Moser een grote rol bij de verspreiding. Moser prees juist de wintervastheid van Zweigelt voor die brede, hoge stokken. De keuze hangt vandaag vooral af van groeikracht, mechanisatie, plantdichtheid en het gewenste opbrengstniveau.

Gangbare snoeimethoden: enkele en dubbele cordon en enkele en dubbele guyot. Vier afbeeldingen.

Loofwandbeheer

De dichte trossen maken een goed geventileerde vruchtzone belangrijk. Scheutpositionering en gericht bladplukken verbeteren de luchtcirculatie, zodat de trossen sneller opdrogen. Daarnaast telt de verhouding tussen blad en vrucht. Austrian Wine noemt een ongunstige verhouding namelijk als mogelijke stressfactor bij Traubenwelke. Een optimale verhouding voor Zweigelt is echter niet vastgesteld.

Opbrengstbeheersing

Zweigelt draagt van nature veel. Opbrengstbeheer moet daarom vooral overbelasting voorkomen, zodat de druiven voldoende rijpen en kleur opbouwen. Dat een lagere opbrengst bij dit ras op zichzelf vollere wijn oplevert, is niet aangetoond. Een universele kwaliteitsgrens in hectoliters per hectare heeft dus weinig zin. Bodem, plantdichtheid, waterbeschikbaarheid en bladoppervlak spelen evengoed mee.

Traubenwelke: als de rijping stilvalt

Traubenwelke, in het Engels berry shrivel, is een fysiologische rijpingsstoornis. Aangetaste bessen blijven zuur, bouwen weinig suiker en kleur op en verschrompelen vervolgens. Opvallend genoeg blijven de trossteel en de zijsteeltjes groen. Daarin verschilt de stoornis van Stiellähme, met afstervende plekken op het trosgeraamte, en van late indroging, waarbij de suikers juist hoog zijn (Griesser e.a. 2024).

Een ziekteverwekker is niet gevonden. Het overzichtsartikel van Griesser e.a. (2024) beschrijft de stoornis daarom als een vroeg onderbroken rijping. Bessen verliezen daarbij hun vermogen om water en suiker op te nemen en op te slaan, terwijl celdood en hormonale veranderingen meespelen. Wat het proces in gang zet, blijft echter onbekend.

Voor Zweigelt zelf bestaat een reeks Oostenrijkse studies. Griesser e.a. (2018) zagen bij bessen die later ziek werden al vóór de véraison veranderingen in genen voor suiker en kleurstof. Het effect op de kleurstofvorming was het duidelijkst. Het materiaal kwam wel uit één wijngaard in Mailberg op onderstam Kober 5BB, uit één jaar. Een landelijk aantastingspercentage volgt daar dus niet uit.

Savoi e.a. (2019) vonden rond de véraison 67 minder actieve ‘schakelgenen’, die de overgang naar rijping sturen. Later verschilden ruim drieduizend genen. Vóór de véraison zagen zij echter vrijwel geen verschillen. Wanneer de ontregeling precies begint, staat daarom nog niet vast. Bovendien laten de auteurs bewust open of de genveranderingen oorzaak of gevolg zijn.

Griesser e.a. (2020) keken ten slotte naar plantenhormonen. Vóór de véraison piekte ACC, een voorloper van ethyleen. In een pilotproef gaf toediening van ACC 17 procent aangetaste trossen, tegenover 6 procent bij behandeling met water. De auteurs noemen dat een voorlopige aanwijzing. ‘Ethyleen veroorzaakt Traubenwelke’ is dus een te grote stap.

Voor de praktijk betekent Traubenwelke vooral dat een deel van de oogst onrijp blijft: minder suiker, minder kleur en dus minder bruikbare druiven. Austrian Wine noemt waterstress en een ongunstige verhouding tussen blad en vrucht als mogelijke stressfactoren. Welke maatregel de stoornis betrouwbaar voorkomt, is nog niet bekend.

Veelgebruikte vinificatietechnieken

Zweigelt is een veelzijdig druivenras in de kelder. Voor lichte, fruitgedreven rode wijn gebruiken producenten vaak roestvrij staal of neutraal groot hout. Krachtigere cuvées vergisten of rijpen daarentegen in barriques of andere kleine vaten. Daarnaast gaat Zweigelt in blends, in rosé en als basis voor mousserende rosé. Een kleine groep producenten maakt er zelfs zoete wijn van, zoals Eiswein, Trockenbeerenauslese of Schilfwein.

Bij droge rode Zweigelt is malolactische omzetting gebruikelijk. Het gaat om een keldertraditie, geen eigenschap van het ras. Onderzoek aan Poolse Zweigelt laat bovendien zien dat spontane en geïnoculeerde omzetting verschillend uitpakken. In die proef verdween het appelzuur ook niet volledig (Stój e.a. 2020).

Dezelfde onderzoeksgroep vond hotrienol in alle onderzochte Zweigeltwijnen en in geen enkele wijn van Rondo (Stój e.a. 2023). Die terpeenverbinding is daarmee een kandidaatmarker binnen die vergelijking. Een universele vingerafdruk is het echter niet, want de proef omvatte één Poolse regio. Bovendien zegt aanwezigheid in het lab nog niets over een geur die je in het glas ruikt.

Typische wijnstijl

De onderstaande waarden beschrijven het gebruikelijke potentieel van het druivenras. Het eindresultaat in het glas wordt mede bepaald door klimaat, opbrengst, oogstmoment en vinificatie.

ParameterWaarde / bandbreedte
AlcoholMeestal 12 tot 14% ABV
ZurenMedium
TannineLaag tot medium bij lichte stijlen; steviger bij geconcentreerde, houtgerijpte wijnen
BodyLicht tot vol, afhankelijk van stijl
KleurRobijnrood met paarse rand; dieper bij geconcentreerde wijn
OuderingspotentieelLichte stijlen jong drinken; meestal 3 tot 7 jaar; krachtige topcuvées langer

Jonge Zweigelt ruikt vooral naar kers, vaak morel, met rode en donkere bessen en soms pruim. Hout voegt vanille, kruidnagel en toast toe. Met flesrijping ontstaan vervolgens gedroogd fruit, leer, tabak en bosgrond. Lichte stijlen hebben soepele tannines, terwijl geconcentreerde, sterker geëxtraheerde wijnen duidelijk meer grip krijgen.

Belangrijkste productiegebieden en stijlen

Oostenrijk is het hart van Zweigelt. Volgens Austrian Wine stond er 5.940 hectare, 13,4 procent van het Oostenrijkse wijngaardareaal. Dat cijfer is gebaseerd op overheidsgegevens met peildatum 3 juli 2024. Zweigelt is daarmee het meest aangeplante blauwe druivenras van het land en na Grüner Veltliner het tweede ras in totaal.

Een mondiaal cijfer is lastiger. De University of Adelaide publiceerde in december 2025 een nieuwe rassendatabank met onder meer gegevens over 2023, goed voor 99 procent van het wereldareaal. Het gaat om dragende wijngaard, dus jonge aanplant telt niet mee. Een secundaire bron komt voor Zweigelt uit op ruim 8.000 hectare in zeventien landen. Dat cijfer is nog niet in de databank zelf gecontroleerd, en de samenstellers noemen hun uitgave bovendien een bètaversie.

Niederösterreich

In Niederösterreich ligt het grootste deel van de Oostenrijkse Zweigelt, verspreid over onder meer het Weinviertel, Kamptal, Kremstal, Wagram, de Thermenregion en Carnuntum. In het Weinviertel is het ras met ruim 1.600 hectare de belangrijkste blauwe druif. Carnuntum geldt als kwaliteitsbolwerk; daar ontstond met Rubin Carnuntum zelfs een eigen type rode wijn, meestal van Zweigelt. De stijl loopt van sappig en kersig tot geconcentreerd en houtgerijpt.

Neusiedlersee, Burgenland

Rond de Neusiedlersee is Zweigelt het voorgeschreven ras voor de rode DAC. De DAC-Verordnung staat wel een ‘bezeichnungsunschädlicher Verschnitt’ toe: een bijmenging die de rasnaam op het etiket niet aantast. Volgens de Europese etiketteringsregels betekent dat minimaal 85 procent Zweigelt. Honderd procent Zweigelt is dus geen wettelijke eis.

De gewone rode Neusiedlersee DAC rijpt in staal of hout, vermeldt minstens 12,0 procent alcohol op het etiket en bevat hoogstens 4,0 gram restsuiker per liter. Een liggingsnaam is daarbij niet toegestaan. De Reserve rijpt daarentegen in het traditionele grote houten vat of in barrique, met minstens 13,0 procent alcohol en eveneens hoogstens 4,0 gram restsuiker. Die regels gelden volgens de geconsolideerde tekst, geraadpleegd op 2 november 2026.

Dezelfde appellatie omvat ook zoete categorieën, van Spätlese tot Trockenbeerenauslese. Neusiedlersee DAC is dus niet automatisch Zweigelt. Elders in Burgenland, zoals in het Leithaberg, Mittelburgenland en Eisenberg, speelt Zweigelt een kleinere rol naast Blaufränkisch.

Buiten Oostenrijk

In Hongarije staat Zweigelt vooral in de wijngebieden Kunság en Eger. In Sopron is bovendien bijna één op de tien stokken Zweigelt (Wines of Hungary). In Tsjechië en Slowakije heet het ras officieel Zweigeltrebe en hoort het bij de belangrijkere blauwe rassen. In Duitsland is Blauer Zweigelt officieel toegelaten, maar de aanplant is klein.

Verder bestaan jonge en vaak experimentele aanplanten in onder meer Canada, Japan, België en Polen. Hoeveel hectare daar staat, is in de geraadpleegde bronnen niet betrouwbaar vastgelegd.

Vergelijking bij blindproeven

St. Laurent en Blaufränkisch zijn de ouders van Zweigelt en staan daarom vooraan. Gamay en lichte Pinot Noir zijn vooral stilistische valkuilen. Let bij blindproeven dus op de combinatie van zuur en tannine. Blaufränkisch is strakker en peperiger, terwijl Zweigelt ronder blijft en meer kersenfruit laat zien.

KenmerkZweigeltSt. LaurentBlaufränkischGamayPinot Noir
Aroma’sKers (morel), rode en donkere bessen, soms pruimZure kers, donkere bessen, viooltjes, soms aardsZwarte kers, braam, pruim, peperRode kers, framboos, aardbei, soms viooltjesKers, framboos, aardbei; bosgrond bij rijping
ZuurMediumMedium tot hoogHoogMedium tot hoogMedium tot hoog
TannineLaag tot medium; steviger bij Reserve-stijlenMedium, fijnMedium tot hoogLaag tot mediumLaag tot medium
KleurRobijnrood met paarse randDonker robijnDiep robijn tot paarsLicht tot middelmatig robijnLicht tot middelmatig robijn
Typische indrukRond en sappig, kersengedreven, vaak vroeg toegankelijkFloraler en zijdezacht, soms aardserStrakker en peperiger, met meer gripLichter en frisser, uitbundig rood fruitBleker en fijner, aardser en transparanter

Bronnen


Foto: Ursula Brühl, Julius Kühn-Institut (JKI), Institute for Grapevine Breeding Geilweilerhof, Siebeldingen, Germany. Bron: VIVC

Bijgewerkt op 3 november 2026